Digitale media

Het is ondertussen al een paar keer naar voren gekomen: steeds meer media zet in op digitale mogelijkheden. Daarin is de media niet de enige, want organisaties en consumenten gaan gretig op deze ontwikkelingen in.

PCEen indeling die vaak gebruikt wordt voor digitale media is owned, baught en earned. De beheerde, gekochte en verdiende digitale media. (Carat, 2012)

De beheerde media is de eigen website en eigen aangemaakte accounts op het web. Bijna elk bedrijf heeft deze soort media wel in zijn bezit. Op deze media kan veel invloed worden uitgeoefend.

Daarnaast is het dus ook mogelijk advertentieruimte op internet te kopen en dit behoort dan tot de gekochte media.  Een advertentie op een website heet een banner. Als een internetter op de banner met tekst en beeld klikt wordt hij doorgestuurd naar de website van de degene die de advertentie geplaatst heeft. De tarieven voor deze advertenties worden achteraf bepaald en kan op verschillende feiten gebaseerd zijn. Van ‘kosten per klik’ tot ‘kosten per bestelling’ die er gedaan is door bezoekers. Bij ‘Google Adsense’ kunnen website’s advertentieruimte aan elkaar aanbieden en kopen.

Adwords Er kan ook ruimte gekocht worden bij zoekmachines. Google heeft hiervoor ‘Google Adwords’. Je kan dan kiezen bij welke zoekwoorden die een internetter gebruikt jouw advertentie bovenaan verschijnt. Hierbij wordt van tevoren een budget vastgesteld en de advertentie blijft dan bovenaan staan totdat dit budget op is.

Vinex, de vereninging van internet exploitanten en PMA, het Platform Media adviesbureaus, presenteerde vorig jaar het eerste DDMM- onderzoek, Dutch Digital Media Measurement  naar de bereikgegevens van websites. Daarin kun je zien hoeveel bezoekers een website heeft en op welke website het dus handig is om op te adverteren. Er is een downloadbare Powerpoint, dus ik raad je aan om op Google te zoeken op: Gfk.com, DDMM-onderzoek, Samenvatting.

Verdiende media wordt door veel mensen ook wel de gratis publiciteit genoemd. Deze media krijg je van internetters die over je discussiëren, schrijven en foto’s of video’s plaatsen. Deze blog is daar het perfecte voorbeeld voor. Alle organisaties die ik eerder heb genoemd, foto’s van heb gedeeld of video’s van heb geupload hebben van mij gratis publiciteit gekregen. Graag gedaan! Nu ben ik voornamelijk positief geweest over deze organisaties, maar ik had ze net zo goed af kunnen kraken als ik dat had gewild. Gratis publiciteit klinkt dus als een meevallertje, maar het kan dus ook negatief uitpakken. En als men op het internet zich negatief over jouw organisatie uitlaat kan je daar weinig aan doen.

Social Media

Sociale media, de internetsites die de mogelijkheden heeft om informatie met elkaar te delen, biedt ruimte voor internetters om deze invloed uit te oefenen. Het is voor iedereen makkelijk om een account aan te maken en daarna kan je posten, plaatsen, schrijven wat je maar wilt, waarna je het deelt met de mensen die je volgen. Facebook, Twitter, YouTube, Linkedin, InstaGram en Pinterest, zijn de meest gebruikte en bekendste sociale mediasites.

Bedrijven gebruiken sociale media vaak om in contact te komen of contact te houden met zijn doelgroep.

Ze genereren vaak volgers door acties te doen die mensen moeten delen met hun volgers om kans te maken op de prijs. 

Ik wil jullie ook nog even kort vertellen dat er ook zoiets bestaat als crossmedia en een mediamix. Dit zijn beide vakken apart en ik wil jullie niet meteen weer een nieuw dolhof insturen nu jullie net er uit zijn gekomen, maar het is toch wel handig om te weten dat je de verschillende media ook weer op verschillende manieren kan combineren. Hierbij is de digitale media vaak de lijm tussen de andere media. En wie weet, misschien neemt de digitale media in de toekomst wel alle andere media over. We zullen zien.

[De gebruikte bronnen zijn te vinden onder de pagina: Bronnenlijst].

Games & Entertainment

In mijn eerdere blogs is al naar voren gekomen dat buitenmedia, printmedia, audiovisuele media en telecommunicatie allemaal voor amusement en entertainment kunnen zorgen. Iedere vorm van media doet dat op zijn eigen manier. Buitenmedia met creativiteit bij het etaleren van boodschappen. Printmedia met interessante vermakelijke verhalen. Audiovisuele media is gericht op het entertainen van de luisteraar en kijker. En telecommunicatie door middel van smartphones en de apps. De soort entertainment die echter nog niet voorbij is gekomen zijn evenementen.

Image

Evenementen zijn georganiseerde gebeurtenissen met een vooraf uitgedachte inhoud die wordt aangeboden aan publiek, oftewel de doelgroep. (De Berg, 2011) Een evenement is anders dan de andere media, omdat het van de doelgroep vraagt fysiek aanwezig te zijn. Hierdoor is het mogelijk om interactie te creëren en een dialoog aan te gaan met de doelgroep. Omdat ze fysiek aanwezig zijn wordt er sneller een binding gemaakt met het merk. Als een bezoeker een positieve ervaring en herinnering heeft aan het evenement zal dit zorgen dat niet alleen houding, maar ook gedrag beïnvloed wordt. Voordat de dag van het evenement aanbreekt worden de andere media gebruikt om het aan te kondigen. En in de dagen die na het evenement volgen worden de andere media weer gebruikt om de dialoog gaande te houden. De doelgroepen voor evenementen worden vaak aangetrokken door in te spelen op de leefstijl van de doelgroep die bereikt moet worden. Een goed voorbeeld van een evenement dat door een bedrijf is georganiseerd is ‘Bavaria Open Air’.

Ook al is een evenement een zeer effectief middel, het is ook het allerduurste middel van allemaal. Dit komt doordat de boodschap persoonlijk aan de consument wordt overgebracht.

ImageDaarom wordt er ook vaak gebruik gemaakt van een evenement dat al bestaat. ‘Lowlands’ is zeer populair bij bedrijven. Het heeft een Grolsch-beugelbar, een Essent-oplaadpunt, een Converse sneaker-pimp-studio, douches van Amesty International en Emercy Refreshment meiden en jongens van Coca Cola. Zo pik je toch de voordelen van een evenement mee, maar hoef je het niet helemaal zelf te organiseren en te bekostigen.

Image

De abslotute koning van de evenementen is natuurlijk Red Bull. Er zijn ontzettend veel evenementen die de energydrinkfabrikant organiseert en sponsort. Red Bull Air Race, Red Bull Crashed Ice, Red Bull Fierste Ljepper, Red Bull Music Academy, Amsterdam Dance Event, Nitro Circus Live, en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, want het zijn er een stuk of negentig.
Daarnaast drukt het merk ook zijn stempel op evenementen door deelnemers te sponsoren. Motorsporters, bootracers, snowboarders, F1-teams, klimmers, surfers, skateboarders en nog vele meer. Daarnaast heeft het ook nog tientallen internetgames ontwikkeld die iedereen kan spelen. En dit brengt ons aan bij het tweede onderwerp van dit blog.

Games of spelletjes zijn altijd leuk om te doen. En dat is niet iets van het Ganzenbordtijdperk, maar echt iets van nu. Zoals al bij telecommunicatie is genoemd zijn er ontelbaar veel applicaties waar veel mensen aan verslaafd zijn. Een game is een interactief instrument en effectief doordat de consument erbij betrokken is. Er zijn games die je op internet kan spelen, zoals bij de ‘Doe je op een P’-campagne van de overheid die ik in de inleiding heb genoemd. Maar en zijn ook mogelijkheden om een game te verwerken in een app.

Image

Er bestaat natuurlijk al onnoemelijk veel games voor op de gameconsoles. Je kunt deze games ook sponsoren, waardoor je naam in de game terugkomt. Een voorbeeld hiervan is, jawel, Red Bull die het spel SSX van EA Games sponsort.

Het voordeel hiervan is dat je niet zelf een hele game hoeft te ontwikkelen en dat games een vaste groep fans heeft die het spel regelmatig spelen, waardoor je doelgroep vaak met het merk in contact komt.

Eerder dit jaar heb ik voor het vak Mediakunde de opdracht gekregen om een filmpje te maken met het onderwerp: ‘Ik en entertainment’. In het filmpje komt de ‘uses and gratifications’-benadering, de ontwikkeling van het medialandschap en de gevaren van deze ontwikkeling in terug. Als je het leuk vindt om te bekijken:

http://www.youtube.com/watch?v=ValeUj_2SIY

 

[De gebruikte bronnen zijn te vinden onder de pagina: Bronnenlijst].

Telecommunicatie

Bij het horen van telecommunicatie moest ik even denken; “Bestaat dat eigenlijk nog wel?” En ik zou bijna zeggen: “Gelukkig niet meer!” Persoonlijk heb ik namelijk een grondige hekel aan callcenters. Zeker als zij jou ongevraagd lastig vallen met onzinnige praatjes.

Image

ImageMaar laten we niet op de zaken vooruit lopen. Want telecommunicatie bestaat nog wel degelijk, alleen in mindere traditionele mate en in meerdere modernere vormen.

Telecommunicatie houdt in dat de telefoon wordt gebruikt als verkoopmedium. Vaak wordt een telefoongesprek gebruikt om het eerste contact tussen bedrijf en consument te leggen en de interesse te peilen. Dit contact wordt vaak als vervelend ervaren door de inbreuk op de privacy. Het gebruik maken van dit medium vereist namelijk persoonlijke gegevens van de consument. Dankzij de invoering van de nieuwe Telecomwet in 2009, is het moeilijker om deze gegevens te gebruiken. Het heeft namelijk geleid tot het bel-me-nietregister die de consument beschermt tegen ongewenste telefonische verkoop. (De Berg, 2011)

De keren dat ik een fax heb gebruikt zijn volgens mij op één hand te tellen. Dit laat al zien dat fax een verouderd apparaat is dat nog maar nauwelijks wordt gebruikt. Voor het geval dat je nog nooit een fax hebt gebruikt zal ik het uitleggen. Een fax is een groot apparaat dat op een kruising tussen een telefoon en printer lijkt. Je belt een faxnummer, je laat de fax een papieren document scannen en de fax waarvan je het nummer hebt gebeld print het gescande document uit. Als het document bestaat uit een reclameboodschap kan het als telecommunicatie gebruikt worden. Maar ook hiervoor geldt: persoonlijke gegevens, zoals een faxnummer, zijn een vereiste.

Image

De telefoon, en dan voornamelijk de smartphone, heeft een prominente plek in het leven van de hedendaagse mens ingenomen. We zijn ermee vergroeid, kunnen niet de deur uit zonder en als hij niet in onze zak zit denken we hem alsnog te voelen. Samen met de smartphone komen de applicaties. Voor de iPhone haal je deze uit AppStore en voor de
Adroid-apparaten haal je ze uit Google Play.  De AppStore publiceert elke week de Featured List onderverdeeld in ‘New’ en ‘What’s Not’. Bedrijven en zelfs andere media gebruiken apps om hun merk uit te bouwen. Zo heeft Albert Heijn de ‘Appie’ en The Voice of Holland de ‘Thuiscoach’. Als je op de hoogte wilt blijven van mobiele ontwikkelingen, dan kun je de blog http://www.mobileguru.nl/ volgen.

 

[De gebruikte bronnen zijn te vinden onder de pagina: Bronnenlijst].

AudioVisuele media

Je hoeft maar door een straat in een woonwijk te lopen en je ziet bijna in elk huis een flikkerend beeldscherm door het raam of achter de gordijnen. We richten onze woonkamers zelfs in rond de televisie. Het grootste aandeel van media in onze levens wordt verzorgd door audiovisuele media. Het is daarnaast één van de beste manieren om houding en gedrag te beïnvloeden, omdat beeld en geluid de belangrijke eigenschap bezitten om in te spelen op de emoties. Andere voordelen zijn dat beeld en geluid de aandacht trekken, de kijker weinig moeite hoeft te doen om het tot zich te nemen en boodschappen kunnen makkelijk begrijpelijk kunnen worden gemaakt.

Image

De radio bestaat natuurlijk alleen maar uit audio. Maar vergis je niet radiopresentatoren genieten steeds meer bekendheid, doordat ze ook steeds vaker op tv verschijnen. Radio 3FM doet dit ieder jaar met de uitzending van Het Glazen Huis. De gemiddelde Nederlander luistert ongeveer 3 uur per dag naar de radio en 92% van de bevolking is in één week met de radio te bereiken. (Carat, 2012) Radiozenders richten zich op brede doelgroepen, waardoor het moeilijk is om zo de juiste doelgroep te bereiken. Er zijn vooral algemene doelgroepkenmerken bekend. Naar radio 538 luisteren bijvoorbeeld voornamelijk jonge mannen en de luisteraars van Sky Radio zijn met name oudere vrouwen. Het nadeel van de radio is dat mensen het vaak luisteren als ze rijden, werken of schoonmaken. Ze zijn dus vaak bezig met andere dingen en geven niet hun volledige aandacht. Daarom is het raadzaam de luisteraar meerdere keren de reclame te laten horen.

Image

Er is wel aangetoond dat er een verband is tussen radiocommercials en onlinezoekgedrag.

Er zijn zeven publieke radiozenders; radio 1,2,4,5 en 6, Radio 3FM en FunX.

Je kunt ze vinden op http://www.npo.nl/. Daarnaast zijn er tientallen commerciële radiozenders met als grootse; SlamFM, 538, Q Music, SkyRadio, 100%NL, Radio Veronica, Arrow Classic Rock, BNR Nieuwsradio en Classic FM.

Bij de publieke zenders is het voor adverteerders alleen mogelijk om met spots te adverteren. Commerciële zenders gaan ook een samenwerkingsverband aan in de vorm van actie’s, sponsoring of prijzen weggeven bij spelletjes. Reclames voor de radio zijn goedkoper in productie en tarieven dan een tv-reclame.

Het ‘Radio Adviesbureau’ en het ‘Nationaal Luisteronderzoek’ kunnen je voorzien van meer nuttige informatie: http://www.rab.fm/ en http://www.nationaalluisteronderzoek.nl/.

De televisie is het populiarste medium in Nederland volgens het SPOT (Stichting ter Promotie en Optimalisatie van Televisiereclame, http://www.spot.nl/) en SKO (Stichting Kijk Onderzoek, http://www.kijkonderzoek.nl/ ). Daar tegenover staat dat het maken van een reclamespot en het uitzenden ervan bijna het duurste van allemaal is. Het televisienetwerk is onder te verdelen in publieke- en commerciële zenders.

Nederland 1, 2 en 3 zijn de publieke televisiezenders in Nederland en worden samen de Publieke Omroep genoemd.

Commerciële zenders hebben een winstoogmerk en verdienen geld met reclames en lidmaatschappen. RTL is een populaire omroep in Nederland. Alleen technisch gezien niet vanuit Nederland, want ze zenden uit vanuit Luxemburg en vallen zo niet onder de Nederlandse Mediawet. (De Berg, 2011) RTL 4 is voor het hele gezin, RTL 5 heeft provocerende programma’s voor jongeren, RTL7 roept altijd “alleen voor mannen”en RTL8 is typisch een zender voor vrouwen. Zo spreken ze elk hun eigen doelgroep, en samen

Image

heel Nederland, aan. SBS is wel een volbloed Nederlandse omroep met de zenders SBS 6, Net 5 en Veronica, maar wordt beheerd door het Finse Sanoma, die je al kent van de printmedia.

De bovengenoemde omroepen verzorgen 90% van de media en elke groep apart dus zo een 30%. (De Berg, 2011) Adverteren bij deze drie grootste aanbieders kan via:

Publieke omroep: http://www.ster.nl/adverteren
RTL: http://www.adverterenbijrtl.nl/SBS: http://www.adverterenbijsbs.nl/

De provinciale overheden verzorgen in totaal dertien regionale omroepen. Deze worden uitgezonden in de betreffende provincie. Zuid-Holland heeft bijvoorbeeld Omroep West. Via deze media is het makkelijk om op basis van geografie de juiste doelgroep te bereiken. Je kunt hen bereiken via hun eigen websites of via STER.

Een bedrijf kan ook gebruik maken van non-spots. Door middel van het sponsoren van een programma . Vlak voordat een programma begint wordt er dan aangekondigd: “Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door…”.Een andere vorm is sluikreclame. Dit is het onopvallend in beeld brengen van een product in een film of tv-programma. Het voordeel van non-spots is dat de kijker het product gaat associëren met het positieve imago wat hij of zij bij het programma of de film heeft. Ook kan de kijker niet wegzappen, want dan mist hij het programma of de film. In de James Bondfilms zie je agent 007, tussen de actie door genieten van een biertje van Heineken, alle personages van ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’ zijn dol op ‘Breakers’ en ‘Vodafone’, ‘Samsung’ en ‘Haribo’ schieten omstebeurt door het beeld bij ‘The Voice of Holland’. De kosten van deze reclames hangen af van hoe vaak het product wordt getoond en in hoeverre het in de verhaallijn is verwerkt.

Image

Het is handig om te weten dat als je wilt adverteren bij een audiovisueel medium er vaak wordt gesproken over GRP’s. GRP staat voor Gross Rating Point en houdt in: één procent van de doelgroep één keer bereiken. Dit bereken je door het netto bereik te vermenigvuldigen met de Gemiddelde Contact Frequentie. Dit wordt afgekort naar GCF en betekent: het aantal keer dat een gemiddelde kijker bereikt wordt met een spot.

De bioscoop wordt steeds populairder en blijft zijn bezoekersrecords jaar na jaar verbreken. Voordat een film in de bioscoop begint worden er naast previews altijd reclames vertoond. Deze reclames zijn meestal een langere versie van de reclame op de televisie.

ImageDe ruimte die wordt vrijgemaakt voor deze commerciële uitingen worden ook steeds langer. De kijker zit er lekker voor, de reclames zijn imposant op zo een groot scherm en er kan ook niet weggezapt worden. Bioscoopfilms blijven zich ook steeds ontwikkelen met innovaties zoals 3D-films en IMAX.

Er zijn grote en belangrijke ontwikkelingen bezig in televisieland. Steeds meer consumenten kiezen voor digitale televisie, in 2012 al 76%. (Carat, 2012) Het voordeel van digitale tv is dat het aanbod van zenders groter is, een hogere snelheid heeft en men on demand kan kijken. Daarnaast kan de kijker via de rode knop op de afstandbediening meer informatie krijgen over een interessant product uit de reclame. Daarnaast wijkt de kijker steeds meer uit naar het uitgesteld kijken van programma’s. Dit kan via websites als http://www.uitzendinggemist.nl/ , http://rtlxl.nl/#!/ en http://www.uitzendinggemist.net/. Netflix speelt in op deze behoefde door een abonnement aan te bieden voor het grootste aanbod aan series en films uit Amerika. (https://signup.netflix.com/)

 

[De gebruikte bronnen zijn te vinden onder de pagina: Bronnenlijst].

Printmedia

Afbeelding

Printmedia zijn alle gedrukte media waarin geadverteerd kan worden. Dat klinkt heel simpel maar er zijn vele varianten met verschillende doelgroepen en voordelen. Algemene voordelen van printmedia zijn in ieder geval dat de adverteerder kan profiteren van de interessante inhoud van een medium die de lezer graag, vaak en vrijwillig tot zich neemt, er ruimte is om complexere berichten goed uit te leggen en voor een duidelijke doelgroep gekozen kan worden.

Een vastgesteld nadeel is dat het plaatsen van een advertentie relatief duur is en er een beperkte advertentieruimte beschikbaar is.
Je kan de printmedia onderverdelen in drie algemene groepen: dagbladen, huis-aan-huisbladen en tijdschriften. Deze groepen hebben weer subgroepen en die kunnen weer onderverdeeld worden in andere subgroepen en… ga zo maar verder. Ik zal proberen het simpel te houden.

Het oudste medium is het dagblad. Ook wel kortweg de krant genoemd. Het voordeel van adverteren in de krant is dat er ingespeeld kan worden op actuele onderwerpen en groot publiek bereikt wordt. Het nadeel is dat ze een korte levensduur hebben en dus snel tot een directe respons zullen moeten leiden.

Afbeelding

De Telegraaf, het Algemeen Dagblad (met regionale segmenten), de Volkskrant, NRC Handelsblad, het NRC Next en de Trouw zijn voorbeelden van landelijke dagbladen. Deze dagbladen zijn algemeen, aangezien ze nieuws publiceren, maar onderscheiden zich door hun toon en invalshoek. De Volkskrant richt zich op voornamelijk linkse lezers. Het is verstandig om uit te zoeken welke achterban zich schaart achter welke krant, zodat je boodschap niet in verkeerde aard valt.

Regionaal worden er ook dagbladen uitgebracht. Hier wordt regionaal en landelijk nieuws samengebracht. Het Parool van de regio Amsterdam is hier een goed voorbeeld van. De rest van de regionale dagbladen worden uitgegeven door vier uitgeverijen: Wegener, NDC, Mediagroep Limburg en HDC.

Gratis dagbladen, zoals de Metro en de Spits, vind je vaak in en rond het openbaar vervoer. In deze kranten lees je vooral snel geproduceerde overgenomen nieuwsberichten en over populistische onderwerpen.

Er bestaan ook dagbladen met een specifieke doelgroep. Deze doelgroep kan variëren van het Nederlands Dagblad voor christenen tot het Financiële Dagblad voor zakenlieden.

Afbeelding

De meeste tijdschriften vallen onder de categorie publiekstijdschriften. Dit zijn de algemene tijdschriften met een redactionele formule voor verschillende doelgroepen. Deze categorie is ook weer onder te verdelen in allerlei subgroepen. Ik zal een paar voorbeelden geven. De publiekstijdschriften kunnen ook anders dan hieronder worden ingedeeld.

Vrouwenbladen zijn gericht op vrouwelijk publiek met een content die kunnen variëren van mode tot lifestyle tot waargebeurde verhalen. Libelle, Cosmopolitan, ELLE, Glamour, LINDA, Grazia, Viva, Flair en Margriet zijn goede voorbeelden van vrouwenbladen.

Onder Mannenbladen vallen tijdschriften met onderwerpen voor mannen. Sportbladen als VI en Helden vallen hieronder, maar ook blootbladen zoals de Playboy.

Gezinsbladen zijn geschikt voor het hele gezin. Nieuwe Revu, Panorama, Privé, Weekend, Story en Reader’s Digest worden vaak genoemd als gezinsblad.

Jongerenbladen worden gemaakt voor relatief jonge kinderen tot pubers. Donald Duck en Tina voor de jongere kinderen en Girlz, CosmoGIRL, Fancy en Hitkrant voor de oudere pubers.

Afbeelding

Opiniebladen dragen een kritische blik uit op het nieuws en de wereld. Klassieke voorbeelden hiervan zijn Elsevier, HP/De Tijd , De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland.

Wetenschapstijdschriften
behandelen wetenschappelijke thema’s en vraagstukken. Populaire wetenschapstijdschriften zijn Quest, Kijk en Wetenschap in Beeld.

Special intrest magazines zijn voor lezers die in een specifiek onderwerp geïnteresseerd zijn. Interesses kunnen bijvoorbeeld hobby’s, spiritualiteit, interieur,  motorvoertuigen of erotiek zijn. Advertenties in deze bladen sluiten vaak aan bij het onderwerp, omdat het via deze weg makkelijk is de juiste doelgroep te bereiken. In een tijdschrift over fotografie zoals RAW Fotomagazine zul je voornamelijk advertenties vinden van bedrijven zoals Canon die zich met dit onderwerp bezig houden. Andere tijdschriften zijn: Happinez, Flow, VT Wonen, AutoWeek en Candy.

Afbeelding

Voor specifieke vakgebieden worden vaktijdschriften uitgegeven. Voor communicatiedeskundigen zijn er bijvoorbeeld de bladen: Adformatie en Communicatie. Adverteren in deze tijdschriften is duur, omdat hiermee een zeer selecte doelgroep bereikt kan worden.

Publieke en commerciële omroepen steken hun tijd, geld en energie soms ook in het maken van bladen. Voorbeelden van zulke omroepbladen zijn de Vpro-gids en de Veronica.

Afbeelding

Sponsored magazines worden in Nederland vaak relatietijdschriften genoemd. De tijdschriften zien eruit als een publiekstijdschrift, maar hebben als doel het communiceren met relaties. Adverteren is mogelijk zolang het bij het promotiedoel van het bedrijf aansluit. Bladen van grote bedrijven kunnen hele grote oplagenummers hebben. De Allerhande van de Albert Heijn en de Kampioen van de ANWB Wegenwacht zijn zulke bladen.

Naast een advertentie plaatsen kan er ook een samenwerking worden aangegaan met het medium in de vorm van een advertorial. Een advertorial, een combinatie van een editorial en een advertentie, heeft dezelfde opmaak als de rest van het blad, maar bevat een reclameboodschap. Zo lijkt het op het eerste gezicht een betrouwbaar en objectief artikel.

Afbeelding

Andere vernieuwde mogelijkheden van tijdschriften tegenwoordig zijn: een bijgesloten folder, bijgesloten sample of geurhouder, coverpassen, cover Post-its en een uitklapcover.

Huis-aan-huisbladen zijn weekbladen met regionaal- en buurtnieuws, maar beslaan een kleiner gebied. Er zijn duizenden titels en elk richt zich op een bepaalde buurt, regio, stad of dorp. Ze hebben een groot bereik en vallen frequent bij de consument op de deurmat. Net als de dagbladen hebben ze een korte levensduur.

Een verouderd medium is de (on)geadresseerde post, aanzien deze steeds meer wordt vervangen door direct mailing via de e-mail. Desondanks bestaat deze vorm van printmedia nog steeds. Het voordeel van geadresseerde post is dat het persoonlijk overkomt. Helaas trapt men hier tegenwoordig niet zo snel meer in. Nadelig is dat het niet is te gebruiken zonder beschikking over grote hoeveelheden persoonlijke gegevens.

Advertentiekosten van printmedia wordt gebaseerd op oplage- en bereikcijfers. Elk jaar meet, checkt en publiceert het HOI-Instituut de correcte cijfers.  Deze vind je allemaal op http://www.hoi-online.nl/.

Een website die alle ontwikkelingen en onderzoeken op het gebied van tijdschriften over de hele wereld nauw in de gaten houdt is http://www.magazines.nl. Daarnaast heeft het de mediamixer waar je een branche en doelgroep kan kiezen en de feiten van beide gecombineerd krijgt.

Voor meer informatie kun je ook altijd naar de website van de Nederlandse Uitgeversbond: http://www.nuv.nl.

De grootste aanbieders van printmedia zijn:

De Persgroep Nederland B.V. http://www.persgroep.nl/
Telegraaf Media Nederland B.V. http://corporate.tmg.nl/
Sanoma Media Netherlands B.V. http://www.sanoma.nl/
Audax Publishing B.V. http://www.audax.nl/
Hearstmagazines Netherlands B.V. http://www.hearstmagazines.nl/
Reed Business http://www.reedbusiness.nl/
MY Businessmedia B.V. http://www.mybusinessmedia.nl/

 

[De gebruikte bronnen zijn te vinden onder de pagina: Bronnenlijst].

Buitenmedia

Image

Je hoeft maar een stap buiten de deur te zetten of je komt het tegen.
Overal en altijd vind je wel reclame. Met als toppunt natuurlijk Times Square in New York.
Een buitenwereld zonder reclame is voor ons bijna niet meer voor te stellen.

Image

Maar wist je dat Noord-Korea helemaal geen buitenmedia heeft?

Buitenmedia is alle media die buiten het huis wordt geconsumeerd. Posters, billboards, stickers, reclamezuilen, bushokjes, tot hoesjes die je ongevraagd vindt om je fietszadel. Dit laatste wordt ook wel guerrilla advertising genoemd.

Vaak wordt het eigen pand of de gevel vergeten, maar het is een goedkope en duidelijke plek om voor jezelf te adverteren en duidelijk te maken wat voor bedrijf het is. En iedereen weet meteen waar hij je kan vinden!

Masten zijn grote reclamezuilen langs de snelwegen met een grote oppervlakte en impact. Vaak hebben masten de vorm van een driehoek en dus drie vlakken waarop geadverteerd kan worden. In een korte tijd worden veel mensen bereikt. Vaak worden ze ingezet voor zakelijke boodschappen of door automerken, omdat ze naast de snelwegen staan.

Image

Mast

Abri’s zijn de posters die je vind bij bushokjes, treinstations en soms in zuilen die los in de stad staan. In korte tijd krijgen grote groepen de boodschap te zien. Ze moeten per netwerk in een stad, regio of landelijk worden ingekocht.

Grote reclameborden die je in steden en buiten de bebouwde kom vindt heten billboards. Net als de masten hebben ze dezelfde kenmerken: een groot bereik, een imposante aanwezigheid, zijn ze te vinden rond bedrijventerreinen, kan er gekozen worden voor één losse of voor netwerken en hebben ze vaak zakelijke boodschappen.

Abri

Billboard
Doeken

Bouwsteigers worden soms gebruikt om doeken op te spannen. Ze zijn enorm groot en dragen dan ook vaak grote uitingen. Je vindt deze grote doeken vaak in het centrum van steden. Je moet de doeken per locatie en voor enkele weken boeken. Om deze redenen worden ze vaak gebruikt voor branding.

Naast grote abri’s kom je ook wel eens kleinere formaten posters tegen. Ze zijn kleiner dan een abri, maar groter dan een A4’tje. Je ziet ze vaak op elektriciteitskasten, langs wegen of op wc’s in horecagelegenheden. Vanzelfsprekend is hij goedkoper, maar ook minder aanwezig dan zijn grote broer de abri.

Op vrije plakplaatsen mag er, inderdaad, vrij posters worden aangeplakt. In principe, want er zitten ontzettend veel regels aan verbonden, die in elke gemeente weer anders zijn. Deze plaatsen worden vooral gebruikt voor kleine organisaties met een klein budget.

Trams, bussen en soms treinen krijgen een vrolijk jasje in de vorm van vervoersreclame. De kosten van de stickers zijn behoorlijk hoog en daarom worden ze voor een langere tijd op het openbaar vervoer geplakt. Voor de hand liggend: ze bereiken veel mensen.

PlakplaatsTram

Parachuutjes

Luchtreclame is vliegtuigen die met een banner met een bericht, boodschap, naam of slogan van de adverteerder rondvliegen. Daarnaast kunnen ze ook reclameparachuutjes droppen op een locatie. Vaak gebeurd dit bij grote evenementen of op plekken waar zich grote massa’s mensen bevinden, zoals een festival of op een zonnige zomerdag op Scheveningen.

Mobiele out-of-home zijn allerlei soorten objecten die op elke gewenste locatie kunnen worden ingezet. Bijvoorbeeld billboards op busjes of bakfietsen, verrijdbare posters en het meest klassieke voorbeeld: het grote ijsje dat voor de deur van de ijssalon staat.

Zoals je ziet bij de foto van Times Square, maar ook dagelijks op straat, is buitenmedia niet te negeren. Daarom valt het onder de categorie forced exposure. Je kan er gewoonweg niet omheen. Dit is een groot voordeel van de buitenmedia. Daarnaast heeft het een hoog bereik en is het in staat om grote groepen mensen in een korte tijd te bereiken. Vaak wordt er gewerkt met netwerken waarin een bedrijf zijn reclame kan etaleren. Het voordeel hiervan is dat het een hele regio vrijwel compleet kan bereiken en het lokaal inzetbaar is. Buitenmedia is goed zichtbaar en straalt autoriteit uit in het geval van de grotere varianten.

De grootste aanbieders is buitenmedia zijn:

http://www.jcdecaux.nl/
http://www.cbsoutdoor.nl/
http://clearchannel.nl

In principe is met buitenmedia bijna alles mogelijk, als je maar het budget en de vergunningen hebt. En natuurlijk het belangrijkste: de creativiteit. Voor inspiratie raad ik je aan een kijkje te nemen bij mijn volgende blog.

[De gebruikte bronnen zijn te vinden onder de pagina: Bronnenlijst].